Uitvoerende Niveau: Gebruiksbeheer en Functionaliteitenbeheer
Het uitvoerende niveau richt zich op de dagelijkse operationele taken om ervoor te zorgen dat informatiesystemen efficiënt en effectief worden gebruikt. Dit niveau omvat zowel gebruiksbeheer als functionaliteitenbeheer.
Gebruiksbeheer
Gebruiksbeheer omvat de processen die gericht zijn op het ondersteunen van gebruikers en het beheren van bedrijfsinformatie.
1. Gebruikersondersteuning
o Activiteiten:
Aanspreekpunt voor gebruikersproblemen.
Centrale communicatie en afhandeling van meldingen en incidenten.
Ondersteuning bij het gebruik van systemen.
2. Beheer bedrijfsinformatie
o Activiteiten:
Verantwoordelijkheid voor alle bedrijfsgegevens en definities.
Beheer van gegevens en informatiemodellen.
Zorgen voor de integriteit en consistentie van bedrijfsinformatie.
3. Operationele IT-aansturing
o Activiteiten:
Verstrekken van opdrachten die hardware- of softwarematige inspanningen vereisen.
Coördinatie van operationele IT-activiteiten.
Toezicht houden op de uitvoering van IT-opdrachten.
4. Operationele ketenafstemming
o Activiteiten:
Afstemming van wijzigingen in de geautomatiseerde keten van de organisatie.
Zorgen voor de coherentie en continuïteit van de automatiseringsprocessen.
Coördineren van wijzigingen met betrekking tot de ketenautomatisering.
Functionaliteitenbeheer
Functionaliteitenbeheer richt zich op de processen die noodzakelijk zijn om de gewenste wijzigingen in de niet-geautomatiseerde informatievoorziening door te voeren.
1. Specificeren
o Activiteiten:
Definiëren van de vereisten voor nieuwe of gewijzigde functionaliteiten.
Documenteren van specificaties en vereisten.
2. Vormgeven
o Activiteiten:
Ontwerpen van de nieuwe of gewijzigde functionaliteiten.
Voorbereiden van de implementatie van wijzigingen.
3. Toetsen en testen
o Activiteiten:
Controleren of de wijzigingen voldoen aan de specificaties.
Uitvoeren van tests om de functionaliteit en betrouwbaarheid te waarborgen.
4. Voorbereiden en plannen transitie
o Activiteiten:
Plannen van de overgang naar de nieuwe of gewijzigde situatie.
Voorbereiden van de organisatie op de transitie.
Verbindende Processen
Verbindende processen zorgen voor de coördinatie en integratie van wijzigingen en transities binnen de organisatie.
1. Wijzigingenbeheer
o Activiteiten:
Bepalen welke wijzigingen worden doorgevoerd.
Prioriteren van wijzigingen op basis van impact en urgentie.
Coördineren van het wijzigingsproces.
2. Transitie
o Activiteiten:
Documenteren van wijzigingen en nieuwe procedures.
Uitvoeren van gegevensconversies indien nodig.
Communiceren van wijzigingen aan betrokken partijen.
Organiseren van opleidingen en trainingen voor gebruikers en beheerders.
Deze processen en verantwoordelijkheden zorgen voor een gestructureerde aanpak van zowel het dagelijks beheer als de implementatie van veranderingen binnen de informatiesystemen van de organisatie.