π Hoofdstuk 2.3: Lokale Netwerken Bedienen
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π‘ Inleiding:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
Linux-servers spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van lokale netwerken door het aanbieden van verschillende netwerkservices.
De belangrijkste services zijn bestandsdeling, printservices, netwerkbeheer, tijdsynchronisatie en meer.
ββββββββββββββββββββββββββββββ
ποΈ Bestandsservers:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
Methode voor het delen van bestanden:
1οΈβ£ Peer-to-Peer (P2P):
β’ EΓ©n computer biedt bestanden direct aan een andere computer aan.
β’ Nadeel: Moeilijk schaalbaar, vooral als er meer dan twee gebruikers betrokken zijn.
2οΈβ£ Client-Server:
β’ Bestanden worden centraal opgeslagen op een bestandsserver.
β’ Meerdere clients kunnen tegelijkertijd toegang krijgen tot en wijzigingen aanbrengen in de bestanden.
β’ Voordeel: Beter beheersbaar en schaalbaar dan P2P.
Populaire Linux-softwarepakketten voor bestandsdeling:
- **NFS (Network File System)**:
Protocol voor het delen van mappen in een netwerk.
Vereist het nfs-utils-pakket.
- **Samba**:
Maakt communicatie mogelijk tussen Linux en Windows voor SMB-gebaseerde bestandsdeling.
Veelgebruikt in gemengde netwerkomgevingen.
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π¨οΈ Printservers:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
Linux maakt gebruik van **CUPS (Common UNIX Printing System)** voor printservices.
β’ CUPS ondersteunt het Internet Printing Protocol (IPP) voor het beheren van netwerkprinters.
β’ Voordeel: Gebruikers kunnen eenvoudig printers delen over het netwerk.
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π Netwerkbronnen Servers:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π’ **IP-adresbeheer:**
β’ Elk apparaat op een netwerk heeft een uniek IP-adres.
β’ **DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol)**:
- Automatiseert de toewijzing van IP-adressen.
- Voorkomt IP-conflicten door centraal beheer.
Populaire DHCP-pakketten:
- dhclient (standaard op de meeste Linux-distributies)
- dhcpcd
- pump
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π Logservers:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ Lokale logs: Opgeslagen in **/var/log**.
β’ Netwerklogs: Op afstand opgeslagen op een logserver.
Belangrijke loggingpakketten:
- **rsyslogd**: Gebruikt door SysVinit en Upstart voor remote logging.
- **journald**: Onderdeel van systemd, ondersteunt zowel lokale als remote logging.
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π Naamservers (DNS):
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ **DNS (Domain Name System)**:
Zet IP-adressen om naar gemakkelijk leesbare hostnamen.
β’ Linux gebruikt het **BIND-pakket (Berkeley Internet Name Domain)** met de daemon **named** voor DNS-services.
β’ **DNSSEC (DNS Security Extensions)**:
Voegt versleuteling toe aan DNS om spoofing-aanvallen te voorkomen.
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π οΈ Netwerkbeheer:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ **SNMP (Simple Network Management Protocol)**:
Wordt gebruikt voor het beheren en monitoren van netwerkapparatuur.
Werking: Volgt een eenvoudig client/server-model.
SNMP-versies:
- **SNMPv1**: Eenvoudige authenticatie met wachtwoorden.
- **SNMPv2**: Biedt basisbeveiliging en uitgebreidere monitoring.
- **SNMPv3**: Sterke authenticatie, dataversleuteling en geavanceerd netwerkbeheer.
Populair pakket:
- net-snmp
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β° Tijdsynchronisatie:
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ **NTP (Network Time Protocol)**:
Zorgt ervoor dat de interne klokken van servers en clients gesynchroniseerd blijven.
Wordt beheerd door de daemon **ntpd**.
β’ Belangrijk: Essentieel voor netwerkbeveiliging, logs en tijdgevoelige toepassingen.
ββββββββββββββββββββββββββββββ