8/9

Semi-statische fase:
De fase in een archiveringsproces waarin documenten nog niet volledig inactief zijn, maar minder frequent worden geraadpleegd dan in de dynamische fase. Documenten in deze fase worden nog steeds gebruikt en kunnen indien nodig worden bijgewerkt.

Seriestelsel:
Een systeem voor het ordenen en classificeren van documenten en informatie op basis van serienummers of series. Dit helpt bij het systematisch terugvinden en beheren van documenten binnen een organisatie.

Server:
Een computer of softwaretoepassing die diensten, middelen of data levert aan andere computers (clients) via een netwerk. Voorbeelden zijn webservers, databaseservers en bestandsservers.

Service:
Een dienst of functie die door een systeem of organisatie wordt geleverd aan gebruikers of klanten. In IT kan dit verwijzen naar softwarediensten, ondersteuning of infrastructuurdiensten.

Servicedesk:
Het centrale punt binnen een organisatie waar gebruikers terecht kunnen met vragen, problemen of verzoeken met betrekking tot IT-diensten. De servicedesk fungeert als eerste aanspreekpunt voor technische ondersteuning.

Service Level Agreement (SLA):
Een formele overeenkomst tussen een dienstverlener en een klant waarin de verwachte prestatieniveaus en kwaliteitsnormen van de geleverde diensten worden vastgelegd, inclusief respons- en oplostijden.

Servicelevenscyclus:
Het volledige traject van een dienst, vanaf de initiële ontwikkeling en implementatie tot het uiteindelijke beëindigen of vervangen van de dienst. Dit omvat fasen zoals ontwerp, implementatie, beheer en verbetering.

Serviceontwerp:
De fase in de servicelevenscyclus waarin de diensten worden gepland en ontworpen om te voldoen aan de behoeften en verwachtingen van de gebruikers. Dit omvat het definiëren van serviceprocessen, functies en ondersteunende systemen.

Serviceproductie:
De fase waarin de ontworpen diensten daadwerkelijk worden geleverd en uitgevoerd. Dit omvat het operationeel maken van de diensten en het continu beheren van de dagelijkse uitvoering.

Servicestrategie:
Het plan en de strategie die bepalen hoe IT-diensten worden ontwikkeld en geleverd om de zakelijke doelen en behoeften van de organisatie te ondersteunen.

Servicetransitie:
De fase in de servicelevenscyclus waarin nieuwe of gewijzigde diensten worden geïmplementeerd in de operationele omgeving. Dit omvat planning, testen, training en implementatie om een soepele overgang te waarborgen.

Serviceverbetering:
Het continue proces van het analyseren en verbeteren van bestaande diensten om beter te voldoen aan de behoeften van gebruikers en om efficiëntie en effectiviteit te verhogen.

Sleutelkolom:
Een kolom in een database die een uniek kenmerk bevat dat kan worden gebruikt om records te identificeren en te onderscheiden, vaak als onderdeel van een primaire sleutel.

Software:
De verzameling van computerprogramma's, procedures en bijbehorende documentatie die instructies geven aan de hardware van een computer om specifieke taken uit te voeren.

Software-architectuur:
Het hoge niveau ontwerp van een softwareapplicatie, waarin de structuren en relaties tussen componenten, modules en systemen worden beschreven om de functionaliteit en prestaties te waarborgen.

Softwarebedrijf:
Een bedrijf dat zich specialiseert in de ontwikkeling, verkoop en ondersteuning van softwareproducten en -diensten.

Softwarecomponent:
Een afzonderlijke, herbruikbare module of onderdeel van software die specifieke functionaliteit biedt en kan worden geïntegreerd met andere componenten binnen een systeem.

Softwarehuis:
Een bedrijf of organisatie dat zich richt op het ontwikkelen en produceren van softwareproducten, vaak met meerdere ontwikkelteams en gespecialiseerde afdelingen.

Software-engineering:
Het systematische proces van het ontwerpen, ontwikkelen, testen en onderhouden van software om betrouwbare en efficiënte toepassingen te creëren die voldoen aan de behoeften van gebruikers.

Software-ontwikkeling:
Het gehele proces van het creëren van software, van de initiële planning en analyse tot het ontwerpen, coderen, testen en implementeren van de uiteindelijke applicatie.

Software-ontwikkelmethode:
Een gestructureerde aanpak of raamwerk dat wordt gebruikt om het softwareontwikkelingsproces te beheren en te begeleiden, zoals Agile, Scrum, of Waterfall.

Softwareprogramma:
Een reeks instructies die door een computer worden uitgevoerd om specifieke taken of functies uit te voeren, vaak in de vorm van een applicatie of softwaretool.

Standaardbegrip:
Een algemeen aanvaarde term of definitie die binnen een vakgebied of industrie wordt gebruikt om consistentie en gemeenschappelijk begrip te waarborgen.

Standaardisatie:
Het proces van het ontwikkelen en implementeren van normen en richtlijnen om consistentie en interoperabiliteit binnen producten, diensten of processen te waarborgen.

Standaardiseren:
Het toepassen van standaardisatieprincipes en -praktijken om uniformiteit en compatibiliteit te bereiken in processen, producten of systemen.

Standaardrapportage:
Een gestructureerde en consistente vorm van rapporteren die volgens vooraf bepaalde standaarden of formats wordt uitgevoerd om vergelijkbare en begrijpelijke resultaten te bieden.

Standaardwaarde:
Een vaste of vooraf bepaalde waarde die wordt gebruikt als referentiepunt binnen een proces of systeem om prestaties of resultaten te meten en te evalueren.

Statische fase:
De fase in het archiveringsproces waarin documenten zelden worden geraadpleegd en voornamelijk worden bewaard voor historische of wettelijke doeleinden.

Status:
De huidige staat of conditie van een systeem, proces, taak of object, vaak gebruikt om voortgang of veranderingen te monitoren en te rapporteren.

Storingstijd:
De tijdsduur waarin een systeem of dienst niet beschikbaar is vanwege een storing of technisch probleem, vaak gemeten om de betrouwbaarheid te beoordelen.

Strokendiagram:
Een visuele representatie van processen of workflows, vaak gebruikt om de stappen en beslissingen binnen een proces duidelijk weer te geven.

Stroomschema:
Een diagram dat de volgorde van activiteiten, beslissingen en processen binnen een systeem of workflow visualiseert, vaak gebruikt voor planning en analyse.

Structurele metadata:
Metadata die de organisatorische structuur van informatie beschrijft, zoals de indeling van een document, hoofdstukken, secties of de relaties tussen verschillende gegevensobjecten.

Sturend proces:
Een centraal proces binnen een organisatie dat de richting en prioriteiten van andere processen bepaalt en coördineert om de strategische doelstellingen te bereiken.

Submap:
Een map binnen een hoofdmap die wordt gebruikt om bestanden en andere mappen te organiseren en te structureren op een meer gedetailleerd niveau.

Syntax:
De regels en structuren die bepalen hoe elementen in een programmeertaal, markuptaal of andere formele talen worden gecombineerd om correcte en betekenisvolle instructies te vormen.

Systeemeigenaar:
Een persoon of team dat verantwoordelijk is voor het beheer, de werking en de optimalisatie van een specifiek informatiesysteem binnen een organisatie.

Systeemmetadata:
Metadata die informatie geeft over de kenmerken, instellingen en status van een informatiesysteem, zoals configuratie-instellingen, gebruikersrechten en operationele parameters.

Taakverdeling:
De toewijzing van specifieke taken en verantwoordelijkheden aan individuen of teams binnen een organisatie om efficiëntie en effectiviteit in werkprocessen te waarborgen.

Tabel:
Een georganiseerde verzameling van gegevens in rijen en kolommen, vaak gebruikt in databases en spreadsheets om gestructureerde informatie op te slaan en te beheren.

Tag:
Een label of identifier die wordt gebruikt om informatie te categoriseren, te markeren of te indexeren, waardoor het makkelijker te vinden en te organiseren is.

Taken:
Specifieke activiteiten of verantwoordelijkheden die moeten worden uitgevoerd binnen een proces, project of functie om bepaalde doelen te bereiken.

Technisch beheer:
Het proces van het beheren en onderhouden van de technische aspecten van informatiesystemen, inclusief hardware, software, netwerken en beveiliging.

Technisch beheerder:
Een professional die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van technisch beheer, inclusief het onderhouden van systemen, oplossen van technische problemen en implementeren van updates en verbeteringen.

Technische metadata:
Metadata die technische details beschrijft van gegevens of documenten, zoals bestandsformaten, coderingen, grootte en andere technische specificaties.

Teksteditor:
Een softwaretool die wordt gebruikt voor het maken, bewerken en aanpassen van tekstbestanden, vaak gebruikt door programmeurs en schrijvers.

Tekstplan:
Een gestructureerd plan dat de inhoud, structuur en doelstellingen van een tekstdocument beschrijft, vaak gebruikt als leidraad voor het schrijven en organiseren van de

Testtool:
Softwaretoepassingen die worden gebruikt om software te testen, inclusief tools voor unit testing, integratietesting, performance testing en bug tracking.

Testversie:
Een versie van software die specifiek is ontwikkeld voor het uitvoeren van tests, om bugs te identificeren en de functionaliteit te verifiëren voordat de definitieve release plaatsvindt.

Tolerantie:
De mate van variatie of afwijking die acceptabel is binnen een proces of systeem, vaak gebruikt in kwaliteitsbeheer om de grenzen van acceptabele prestaties te definiëren.

Topicschema:
Een gestructureerde opzet of model voor het organiseren en categoriseren van onderwerpen binnen een informatiesysteem of website, vaak gebruikt om inhoud te beheren en navigatie te optimaliseren.

Tweede normaalvorm:
Een standaard in databaseontwerp waarbij alle niet-sleutelattributen volledig afhankelijk zijn van de primaire sleutel en er geen transitieve afhankelijkheden bestaan, wat helpt redundantie te verminderen en de gegevensintegriteit te waarborgen.

Uitvoerbaar programma:
Een softwarebestand dat kan worden uitgevoerd door een computer, meestal in de vorm van een applicatie of een script dat specifieke taken uitvoert.