6/9

• Map: Een geordende verzameling van bestanden binnen een besturingssysteem of projectstructuur.

• Mapnaam: De unieke naam die aan een map wordt gegeven om deze te identificeren en te onderscheiden van andere mappen.

• Mappenstructuur: De hiërarchische organisatie van mappen binnen een besturingssysteem of project, die bepaalt hoe bestanden en submappen zijn gerangschikt.

• Markup: Een systeem van symbolen of codes dat wordt gebruikt om de structuur, opmaak of betekenis van tekst te definiëren.

• Markuptaal: Een formele taal die wordt gebruikt om tekst te markeren en te structureren, zoals HTML of XML.

• Metadata: Gegevens die informatie geven over andere gegevens, zoals beschrijvingen, datums, auteurs en bestandsformaten.

• Metadatabestand: Een bestand dat metadata bevat, gebruikt om andere bestanden of gegevens te beschrijven en te organiseren.

• Metadatadocument: Een document dat gedetailleerde metadata bevat over een specifiek informatieobject of dataset.

• Metadata-editor: Een tool of softwaretoepassing die wordt gebruikt om metadata te creëren, bewerken en beheren.

• Metadatakolom: Een specifieke kolom in een database of spreadsheet die metadata bevat voor de gegevens in die kolom.

• Metadatastandaard: Een gestandaardiseerde set regels en formaten voor het creëren en gebruiken van metadata, zoals Dublin Core.

• Metagegevens: Synoniem voor metadata; gegevens die informatie verschaffen over andere gegevens.

• Middenwerk: De fase in een proces waarin gegevens worden verwerkt of gemanipuleerd tussen de input en de output.

• Mindmap: Een visuele representatie van ideeën en concepten, georganiseerd rond een centraal thema met vertakkingen naar gerelateerde onderwerpen.

• Nawerk: Het deel van een rapport of verslag dat bestaat uit conclusies, resultaten, advies en evaluatie.

• NEN 2.082: Een Nederlandse norm die eisen stelt aan de functionaliteit van informatie- en archiefmanagement in programmatuur.

• NEN 3434:2007: Een Nederlandse norm die specifieke richtlijnen geeft voor een bepaald aspect van informatiebeheer (specifieke details kunnen variëren afhankelijk van de norminhoud).

• NEN-ISO 15.489: Een norm die zich richt op informatie- en archiefmanagement, inclusief authenticiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van archieven.

• NEN-ISO/IEC 17.799: Een norm die richtlijnen biedt voor informatiebeveiliging, inclusief beheersmaatregelen en beveiligingsprocessen.

• NEN-ISO 22310:2006: Een norm die richtlijnen geeft voor het opstellen van continuïteitsplannen binnen organisaties.

• NEN-ISO 23.081: Een norm die specifieke eisen stelt aan een bepaald aspect van informatiebeheer of -beveiliging (specifieke details kunnen variëren afhankelijk van de norminhoud).

• NEN-ISO 27.002:2013: Praktijkrichtlijnen met beheersmaatregelen op het gebied van informatiebeveiliging.

• Netwerkinfrastructuur: De fysieke en virtuele middelen die nodig zijn om netwerken te bouwen en te onderhouden, inclusief routers, switches, kabels en draadloze apparatuur.

• Niet-sleutelkolom: Een kolom in een database die niet wordt gebruikt als primaire sleutel en die geen unieke waarden bevat.

• Normalisatie: Het proces van het organiseren van gegevens in een database om redundantie te verminderen en de gegevensintegriteit te waarborgen.

• Normaliseren: Het toepassen van normalisatietechnieken op een databaseontwerp om het schema te optimaliseren.

• Objectmap: Een map die objecten of entiteiten binnen een informatiesysteem organiseert, vaak gebruikt in objectgeoriënteerde programmeeromgevingen.

• OIAS-model: Een model dat de relatie tussen bedrijfsprocessen en IT-diensten beschrijft om effectieve informatievoorziening te waarborgen.

• Onderhoudsplanning: Het proces van het plannen van onderhoudsactiviteiten voor systemen en applicaties om hun continuïteit en prestaties te waarborgen.

• Ondersteunend proces: Een proces dat indirect bijdraagt aan de kernactiviteiten van een organisatie door ondersteuning te bieden, zoals IT-ondersteuning of HR-services.

• Onderwerpmap: Een map die documenten en bestanden bevat die gerelateerd zijn aan een specifiek onderwerp of project.

• Ongeoorloofde toegang: Toegang tot informatie of systemen zonder de juiste autorisatie of toestemming.

• Ongestructureerde gegevens: Gegevens die geen vooraf gedefinieerde structuur hebben, zoals e-mails, documenten en multimedia-inhoud.

• Ontwerpregel: Een specifieke richtlijn of standaard die gevolgd moet worden bij het ontwerpen van systemen, documenten of processen.

• Ontwikkelproces: De gestructureerde reeks stappen die worden gevolgd bij het creëren van software, van planning en ontwerp tot codering, testen en implementatie.

• Opdrachtacceptatie: Het proces waarbij een project of taak formeel wordt goedgekeurd en geaccepteerd door de opdrachtgever of klant.

• Operationele besturing: Het beheer en de controle van dagelijkse activiteiten binnen een organisatie om ervoor te zorgen dat processen soepel verlopen.

• Opslagcapaciteit: De hoeveelheid gegevens die kan worden opgeslagen op een opslagmedium of binnen een systeem.

• Opslageenheid: De kleinste meeteenheid van opslag in een systeem, zoals een byte, kilobyte of megabyte.

• Opslagformaat: De specifieke structuur en codering van gegevens in een opslagmedium, zoals PDF, DOCX of JPEG.

• Opslagmedium: Het fysieke of digitale medium waarop gegevens worden opgeslagen, zoals harde schijven, SSD's, CD's of cloudopslag.

• Opslagplaats: De locatie waar gegevens of documenten worden opgeslagen, zowel fysiek (zoals archiefkasten) als digitaal (zoals servers).

• Ordeningsniveau: Het niveau van detail of hiërarchie waarin informatie wordt georganiseerd binnen een systeem of document.

• Ordeningsstructuur: De manier waarop informatie, documenten of gegevens zijn georganiseerd en gerangschikt binnen een systeem of project.

• Ordeningstechniek: De methode of het systeem dat wordt gebruikt om informatie, documenten of gegevens te organiseren en te ordenen.

• Organisatie: Een gestructureerde groep mensen die samenwerken om gemeenschappelijke doelen te bereiken, zoals een bedrijf, non-profitorganisatie of overheidsinstelling.

• Organisatiearchitectuur: Het raamwerk dat de structuur en werking van een organisatie beschrijft, inclusief de relaties tussen afdelingen, systemen en processen.

• Organisatiebeleid: De verzameling van richtlijnen en regels die een organisatie opstelt om haar doelstellingen te bereiken en haar activiteiten te sturen.

• Organisatieonderdeel: Een specifieke afdeling, team of sectie binnen een organisatie die verantwoordelijk is voor bepaalde taken of functies.

• Organigram: Een visueel schema dat de structuur van een organisatie weergeeft, inclusief de hiërarchische relaties tussen afdelingen, teams en individuen.

• Pareto-analyse: Een techniek die gebruikt wordt om de belangrijkste oorzaken van problemen te identificeren door de 80/20-regel toe te passen, waarbij 80% van de gevolgen voortkomt uit 20% van de oorzaken.

• Pragmatiek: De studie van hoe context bijdraagt aan betekenis, vaak toegepast op taal en communicatie binnen informatiesystemen.

• Prestatie-indicator: Een meetbare waarde die aangeeft hoe goed een organisatie, systeem of proces presteert ten opzichte van vooraf vastgestelde doelen of normen.