5/9

• Hoofdmap: De primaire map waarin andere mappen en bestanden binnen een besturingssysteem of projectstructuur zijn georganiseerd.

• Hoofdproces: Het centrale bedrijfsproces binnen een organisatie dat de kernactiviteiten en -doelstellingen ondersteunt.

• Hulplijn: Een ondersteunende dienst of afdeling die hulp biedt bij specifieke problemen of vragen, vaak als aanvulling op de primaire ondersteuning.

• Hulplijnfunctie: De specifieke taken en verantwoordelijkheden die een hulplijn biedt, zoals technische ondersteuning of klantenservice.

• ICT-afdeling: De afdeling binnen een organisatie die verantwoordelijk is voor informatietechnologie en communicatie, inclusief hardware, software en netwerken.

• ICT-dienst: Een specifieke service die door de ICT-afdeling wordt geleverd, zoals netwerkbeheer, helpdeskondersteuning of softwareontwikkeling.

• ICT-omgeving: De totale verzameling van hardware, software, netwerken en andere technologische componenten die binnen een organisatie worden gebruikt.

• ICT-ontwikkelingen: Nieuwe trends, technologieën en innovaties binnen de informatietechnologie die impact hebben op organisaties en hun processen.

• ICT-voorziening: De technologische middelen en infrastructuur die nodig zijn om informatiesystemen en diensten te ondersteunen, zoals servers, netwerken en beveiligingssystemen.

• Implementeren: Het proces van het in gebruik nemen van een systeem, software of oplossing binnen een organisatie, inclusief installatie, configuratie en training.

• Incident: Een onverwachte gebeurtenis die de normale werking van een informatiesysteem verstoort of dreigt te verstoren.

• Incidentafhandeling: Het proces van het identificeren, registreren, analyseren en oplossen van incidenten om de normale werking van systemen snel te herstellen.

• Incidentbeheer: Het gestructureerde proces binnen IT-servicemanagement dat zich richt op het efficiënt afhandelen van incidenten om de impact op de organisatie te minimaliseren.

• Indelingsprincipe: De methode of regels die worden gebruikt om informatie, documenten of gegevens te categoriseren en organiseren.

• Identificatie: Het proces van het uniek herkennen en benoemen van een entiteit, object of gebruiker binnen een informatiesysteem.

• Identificatiecode: Een unieke code die wordt toegekend aan een entiteit of object om het te onderscheiden van andere entiteiten binnen een systeem.

• Identificatienummer: Een specifiek nummer dat wordt gebruikt om een individu, object of record uniek te identificeren binnen een database of informatiesysteem.

• Indexeren: Het proces van het aanbrengen van indexen op gegevens om snelle zoekopdrachten en efficiënte gegevensopslag te mogelijk te maken.

• Informatie: Gegevens die zijn verwerkt en georganiseerd op een manier die betekenis en context biedt voor de gebruiker.

• Informatiearchitectuur: De structuur en organisatie van informatie binnen een systeem of website, gericht op het optimaliseren van toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid.

• Informatiebeleid: De verzameling richtlijnen en regels die een organisatie opstelt voor het beheer, de beveiliging en het gebruik van informatie.

• Informatiebeveiliging: De praktijken en maatregelen die worden genomen om informatie te beschermen tegen ongeautoriseerde toegang, gebruik, wijziging of vernietiging.

• Informatiehuishouding: Het geheel van regels en voorzieningen gericht op de gegevensstromen, opslag en archivering ter ondersteuning van bedrijfsprocessen en naleving van wettelijke vereisten.

• Informatiemanagement: Het proces van het verzamelen, organiseren, beheren en distribueren van informatie binnen een organisatie om de doelstellingen te ondersteunen.

• Informatieobject: Een afzonderlijk stuk informatie binnen een systeem, zoals een document, bestand of database-entry.

• Informatieplanning: Het proces van het strategisch plannen van informatiebehoeften en -voorzieningen binnen een organisatie om toekomstige doelen te ondersteunen.

• Informatiesysteem: Een geïntegreerd systeem dat hardware, software, data, procedures en mensen omvat om informatie te verzamelen, verwerken, opslaan en distribueren.

• Informatietechnologie: De technologieën en middelen die worden gebruikt voor het creëren, opslaan, uitwisselen en gebruiken van informatie.

• Informatievoorziening: De diensten en systemen die informatie beschikbaar maken aan gebruikers binnen een organisatie.

• Inhoud: De informatie en gegevens die in een document, bestand of informatiesysteem zijn opgenomen.

• Inrichtingsprincipe: De basisregels en methoden die worden gebruikt bij het opzetten en organiseren van systemen, documenten of processen.

• Integriteit: De nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van gegevens, waarbij gegevens vrij zijn van ongeautoriseerde wijzigingen en correct worden opgeslagen.

• Interoperabiliteit: Het vermogen van verschillende systemen, applicaties of organisaties om effectief met elkaar samen te werken en gegevens uit te wisselen.

• Interpreter: Een programma dat broncode uitvoert door deze regel voor regel te vertalen naar machine-instructies.

• IT-beheer: Het beheer en de ondersteuning van IT-systemen en -diensten binnen een organisatie om de continuïteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen te waarborgen.

• IT-component: Een afzonderlijke hardware- of softwareonderdeel binnen een informatiesysteem, zoals een server, applicatie of netwerkapparaat.

• IT-infrastructuur: De verzameling van hardware, software, netwerken en faciliteiten die nodig zijn voor het functioneren van IT-diensten binnen een organisatie.

• ITIL (Information Technology Infrastructure Library): Een framework van best practices voor IT-servicemanagement, gericht op het afstemmen van IT-diensten op de behoeften van de organisatie.

• Kennis: Gegevens die zijn verwerkt en geïnterpreteerd, waardoor ze inzicht en begrip bieden aan de gebruiker.

• Kennispiramide: Een model dat de relatie tussen data, informatie, kennis en wijsheid weergeeft, waarbij kennis voortvloeit uit informatie en data.

• Kolom: Een verticale sectie in een tabel of spreadsheet die een specifiek type gegevens bevat.

• Kolomindex: Een index die is gemaakt op een kolom in een database om de zoekprestaties te verbeteren.

• Kolomwaarde: De specifieke gegevens die in een kolom van een tabel of spreadsheet zijn opgeslagen.

• Kraaienpootnotatie: Een notatievorm die gebruikt wordt in sommige databasemodellen of diagrammen, vergelijkbaar met de boomstructuur maar met meerdere takken die naar beneden lopen.

• Kwaliteit: De mate waarin een product, dienst of proces voldoet aan de gestelde eisen en verwachtingen van de gebruiker.

• Kwaliteitsnorm: Een gestandaardiseerde maatstaf of criterium dat wordt gebruikt om de kwaliteit van een product, dienst of proces te meten en te waarborgen.

• Kwetsbaarheid: Een zwakke plek in een systeem of proces die kan worden uitgebuit door bedreigingen om schade aan te richten.

• Levenscyclus: De fasen die een product, systeem of proces doorloopt vanaf de initiële ontwikkeling tot aan de uiteindelijke afvoer.

• Linker: In een tabel of database verwijst dit naar de kolom die aan de linkerkant staat, vaak gebruikt in relaties en joins.

• Machinetaal: De laagste programmeertaal, bestaande uit binaire code die direct door een computer kan worden uitgevoerd.

• Management: Het proces van het plannen, organiseren, leiden en controleren van middelen en activiteiten binnen een organisatie om de doelstellingen te bereiken.

• Managementinformatiesysteem (MIS): Een informatiesysteem dat managers ondersteunt bij het nemen van beslissingen door het verstrekken van relevante en tijdige informatie.

• Managementrapportage: Het proces van het verzamelen, analyseren en presenteren van gegevens en informatie aan het management om hen te ondersteunen bij het nemen van beslissingen.