4/9

• Dossiervorming: Het proces van het verzamelen, organiseren en beheren van documenten en gegevens die relevant zijn voor een specifieke zaak, project of onderwerp.

• Dublin Core: Een set van metadata-elementen die gebruikt worden om digitale bronnen te beschrijven, waardoor ze beter vindbaar en beheersbaar zijn.

• Dynamische fase: De fase in het archiveringsproces waarin documenten nog actief worden gebruikt in werkprocessen en flexibel beschikbaar moeten zijn.

• E-depot: Een elektronisch depot waar digitale documenten en gegevens veilig kunnen worden opgeslagen en beheerd voor langdurige bewaring.

• Een-op-een-relatie: Een relatie tussen twee entiteiten waarbij elke entiteit precies één corresponderend record in de andere entiteit heeft.

• Een-op-veel-relatie: Een relatie tussen twee entiteiten waarbij één entiteit meerdere corresponderende records in de andere entiteit kan hebben.

• Eerste normaalvorm: Een standaard in databaseontwerp waarbij alle gegevens in een tabel atomisch zijn en er geen herhaalde groepen of kolommen met meerdere waarden bestaan.

• Elektronisch depot: Synoniem voor e-depot; een digitale opslagplaats voor documenten en gegevens.

• Encryptie: Het proces van het coderen van gegevens zodat alleen geautoriseerde partijen deze kunnen decoderen en lezen.

• Energievoorziening: De bron van elektrische energie die nodig is voor het operationeel houden van systemen en infrastructuren.

• Enterprise-architectuur: Een raamwerk dat de structuur en werking van een organisatie beschrijft, inclusief de IT-infrastructuur en -systemen, om strategische doelen te ondersteunen.

• Enterprise Application Integration (EAI): De praktijk van het koppelen van verschillende bedrijfsapplicaties binnen een organisatie om naadloze gegevensuitwisseling en procesintegratie te faciliteren.

• Enterprise Content Management (ECM): Systemen en strategieën voor het beheren van de gehele levenscyclus van bedrijfsinhoud, inclusief documenten, records en digitale media.

• Enterprise Resource Planning (ERP): Geïntegreerde softwareoplossingen die alle belangrijke bedrijfsprocessen ondersteunen, zoals financiën, HR, productie en supply chain management.

• Entiteit: Een afzonderlijk object of concept binnen een datamodel dat kan worden geïdentificeerd en beschreven, zoals een klant of product.

• Entiteit-Relatie-Diagram (ERD): Een visueel model dat de relaties tussen verschillende entiteiten binnen een systeem weergeeft.

• Epiloog: Het afsluitende deel van een document of rapport dat vaak reflecteert op het behandelde onderwerp of toekomstige stappen beschrijft.

• Fishing: Waarschijnlijk een typefout voor "Phishing".

Phishing: Een cyberaanval waarbij aanvallers zich voordoen als betrouwbare entiteiten om gevoelige informatie zoals wachtwoorden en creditcardgegevens te stelen.
• Formaliseren: Het proces van het vastleggen van procedures, regels of standaarden om consistentie en duidelijkheid in werkprocessen te waarborgen.

• Formulier: Een gestructureerd document waarin informatie kan worden ingevuld, vaak gebruikt voor gegevensinvoer of verzoeken.

• Foutenmarge: De mate van variatie of onzekerheid in meetresultaten of gegevens, die aangeeft hoe nauwkeurig de gegevens zijn.

• Functie: Een specifiek onderdeel of taak binnen een systeem of organisatie dat bepaalde activiteiten uitvoert.

• Functiescheiding: Het principe waarbij taken en verantwoordelijkheden worden verdeeld over verschillende personen of teams om fouten en fraude te voorkomen.

• Functionaliteit: De specifieke taken en mogelijkheden die een softwareapplicatie of systeem biedt.

• Functioneel beheer: Het proces van het beheren van de functionele aspecten van informatiesystemen, zoals het ondersteunen van gebruikers en het afstemmen van systemen op bedrijfsprocessen.

• Functioneel beheerder: Een persoon die verantwoordelijk is voor het functioneel beheer van informatiesystemen, inclusief het ondersteunen van gebruikers en het onderhouden van functionele specificaties.

• Functioneel onderhoud: Het doorvoeren van aanpassingen en verbeteringen aan de functionele aspecten van een informatiesysteem om aan veranderende behoeften te voldoen.

• Geautoriseerde gebruiker: Een persoon die toestemming heeft om toegang te krijgen tot bepaalde informatie of systemen, volgens vastgestelde autorisatieprocedures.

• Gebruiker: Een persoon die gebruikmaakt van een systeem, applicatie of dienst binnen een organisatie.

• Gebruikersapplicatie: Softwareapplicaties die bedoeld zijn voor gebruik door eindgebruikers, zoals CRM-systemen of kantoorsoftware.

• Gebruikershandleiding: Documentatie die instructies en informatie biedt over het gebruik van een systeem, applicatie of product.

• Gebruiksinterface: De interactiepunten tussen gebruikers en een systeem of applicatie, vaak bestaande uit grafische elementen zoals knoppen en menu's.

• Gebruiksvriendelijkheid: De mate waarin een systeem of applicatie gemakkelijk te gebruiken is voor eindgebruikers, inclusief aspecten zoals intuïtieve navigatie en duidelijke instructies.

• Gegeven: Een enkel stuk informatie, zoals een cijfer, tekst of symbool, dat kan worden opgeslagen en verwerkt in een informatiesysteem.

• Gegevensbank: Een gestructureerde verzameling gegevens die elektronisch kan worden opgeslagen, beheerd en geraadpleegd.

• Gegevensbeheer: Het proces van het organiseren, opslaan, beveiligen en onderhouden van gegevens binnen een informatiesysteem.

• Gegevensbestand: Een georganiseerde verzameling gegevens die samenhangen en als een eenheid worden beheerd binnen een systeem.

• Gegevensherstel: Het proces van het terugzetten van verloren, beschadigde of verwijderde gegevens uit een gegevensbestand of database.

• Gegevensinfrastructuur: De onderliggende systemen, netwerken en technologieën die nodig zijn voor het opslaan, beheren en verwerken van gegevens binnen een organisatie.

• Gegevensobject: Een entiteit binnen een informatiesysteem die data bevat en beheerd wordt als een afzonderlijk element.

• Gegevensstructuur: De manier waarop gegevens zijn georganiseerd en gerangschikt binnen een informatiesysteem, vaak in tabellen, records of bestanden.

• Gegevensstructuurdiagram: Een visueel diagram dat de organisatie en relaties van gegevens binnen een informatiesysteem weergeeft.

• Gegevensvastlegging: Het proces van het registreren en opslaan van gegevens in een informatiesysteem.

• Gegevensverzameling: Het proces van het verzamelen en samenvoegen van gegevens uit verschillende bronnen voor analyse of opslag.

• Gegevensverwerking: Het proces van het transformeren, analyseren en beheren van gegevens binnen een informatiesysteem.

• Gegevenswaarde: De betekenis of relevantie van gegevens binnen een specifieke context of voor een bepaalde toepassing.

• Geldigheidscontrole: Het proces van het verifiëren van de juistheid en consistentie van gegevens om de integriteit ervan te waarborgen.

• Gemachtigd medewerker: Een werknemer die bevoegd is om bepaalde acties uit te voeren of toegang te krijgen tot specifieke informatie, volgens vastgestelde regels.

• Gestructureerde gegevens: Gegevens die georganiseerd zijn volgens een vast schema of model, zoals tabellen in een database, waardoor ze gemakkelijk geanalyseerd en verwerkt kunnen worden.

• Handboek: Een gedetailleerd boek of document dat instructies, procedures of informatie biedt over een specifiek onderwerp of systeem.

• Hardware: De fysieke componenten van een computer of informatiesysteem, zoals servers, computers, opslagapparaten en netwerkapparatuur.

• Header: De bovenste sectie van een document of bestand die vaak informatie bevat zoals titel, auteur, datum en andere metadata.

• Helpdesk: Een ondersteuningsdienst binnen een organisatie die gebruikers helpt met technische problemen, vragen en verzoeken met betrekking tot informatiesystemen en software.