2/9

Begrippenlijst 2/9: Documentatievaardigheden voor Software Development
Beschikbaarheid: De mate waarin gegevens en systemen toegankelijk en bruikbaar zijn voor geautoriseerde gebruikers wanneer dat nodig is.

Beschrijvende metadata: Metadata die gebruikt wordt om documenten en informatieobjecten te identificeren en te beschrijven, zoals titel, auteur, onderwerp en datum van creatie.

Beslissingsrecht: Het recht en de verantwoordelijkheid om beslissingen te nemen binnen een organisatie of project.

Bestand: Een verzameling gegevens opgeslagen op een computer of ander opslagmedium, herkenbaar door een unieke bestandsnaam en extensie.

Bestandsformaat: De structuur en codering van een bestand, die bepaalt hoe gegevens in het bestand zijn opgeslagen en hoe ze gelezen kunnen worden.

Bestandsmap: Een georganiseerde container op een computer waarin bestanden worden opgeslagen en geordend.

Bestandsnaam: De unieke naam die aan een bestand wordt gegeven, vaak inclusief een extensie die het bestandsformaat aangeeft.

Bestandsvorm: De specifieke manier waarop gegevens in een bestand zijn gestructureerd en gecodeerd.

Besturend proces: Het hoofdproces dat de werking en voortgang van andere subprocessen binnen een organisatie of project stuurt en coördineert.

Besturingsgegevens: Gegevens die gebruikt worden om de werking van systemen en processen te sturen en te beheren.

Bestuurlijke informatievoorziening: Het geheel van systemen, processen en documentatie die gericht zijn op het ondersteunen van bestuurlijke besluitvorming binnen een organisatie.

Betekenis: De inhoudelijke waarde of interpretatie van gegevens of informatie binnen een specifieke context.

Betrouwbaarheid: De mate waarin informatie accuraat, consistent en vrij van fouten is.

Beveiliging: Het beschermen van informatie en systemen tegen ongeautoriseerde toegang, gebruik, wijziging of vernietiging.

Beveiligingsarchitectuur: De gestructureerde opzet van beveiligingsmaatregelen en -componenten binnen een informatiesysteem.

Beveiligingsaspect: Een specifiek onderdeel of facet van beveiliging dat aandacht vereist binnen een systeem of proces.

Beveiligingsbegrip: Een concept of term die gerelateerd is aan beveiliging binnen informatiesystemen.

Beveiligingsbeleid: De verzameling van richtlijnen en regels die een organisatie hanteert om de beveiliging van haar informatie en systemen te waarborgen.

Beveiligingscyclus: Een herhalend proces dat beveiligingsmaatregelen plant, implementeert, evalueert en verbetert.

Beveiligingsklasse: Een categorisatie van informatie of systemen op basis van hun gevoeligheid en de vereiste mate van bescherming.

Beveiligingsmaatregel: Een actie of technologie die wordt toegepast om de beveiliging van informatie en systemen te verbeteren.

Beveiligingsrisico: De kans dat een bedreiging daadwerkelijk schade veroorzaakt aan informatie of systemen.

Beveiligingsstructuur: De georganiseerde opzet van beveiligingscomponenten en -maatregelen binnen een informatiesysteem.

Beveiligingswijze: De specifieke aanpak of methode die wordt gebruikt om informatie en systemen te beveiligen.

Bevoegdheden: De rechten en machtigingen die aan gebruikers zijn toegekend om bepaalde acties uit te voeren of toegang te krijgen tot specifieke informatie.

Bevoegdheidsverdeling: De toewijzing van verschillende bevoegdheden aan verschillende gebruikers of rollen binnen een organisatie.

Bewaarplicht: De wettelijke of organisatorische verplichting om bepaalde documenten en gegevens gedurende een bepaalde periode te bewaren.

Bewaartermijn: De specifieke periode gedurende welke documenten en gegevens bewaard moeten worden.

BiSL (Business Information Services Library): Een framework gericht op functioneel beheer en informatievoorziening binnen een organisatie, met nadruk op het ondersteunen van de gebruikersorganisatie.

Body: De hoofdinhoud van een document, rapport of informatieobject, waarin de belangrijkste informatie en analyses worden gepresenteerd.

Boomstructuur: Een hiërarchische indeling van informatie, waarbij elementen als takken aan een hoofdstructuur zijn verbonden.

Brandbeveiliging: Maatregelen die getroffen worden om brand te voorkomen en de schade bij brand te beperken.

Brontekst: De originele tekst of gegevensbron waaruit informatie is verkregen.

Budget: De geplande en toegewezen financiële middelen voor een project of organisatieonderdeel.

Cel: Een enkel element in een tabel of spreadsheet dat gegevens bevat.

Celwaarde: De specifieke inhoud of gegevens die in een cel zijn opgeslagen.

Changemanagement: Het proces van het beheren van wijzigingen in systemen, applicaties of processen om de impact op de organisatie te minimaliseren.

Classificatiecode: Een specifieke code die gebruikt wordt om informatie of documenten in een bepaalde categorie of klasse te plaatsen.

Classificatienummer: Een uniek nummer dat toegewezen wordt aan een classificatiecode om specifieke informatie of documenten te identificeren.

Classificatieschema: Een gestructureerde methode voor het categoriseren en ordenen van informatie of documenten op basis van vastgestelde criteria.

Classificeren: Het proces van het systematisch indelen van informatie of documenten in categorieën of groepen volgens vastgestelde criteria.

Codegenerator: Een tool of programma dat automatisch broncode genereert op basis van vooraf gedefinieerde specificaties of modellen.

Compiler: Een programma dat broncode omzet naar machinecode, zodat de computer het kan uitvoeren.

Compileren: Het proces van het omzetten van broncode naar machinecode met behulp van een compiler.

Computerprogrammeur: Een professional die verantwoordelijk is voor het ontwerpen, coderen, testen en onderhouden van softwareapplicaties.

Configuratie: De opzet en instellingen van software, hardware of systemen die bepalen hoe ze functioneren en samenwerken.