Begrippenlijst 1/9: Documentatievaardigheden voor Software Development
Administratieve metadata: Gegevens die gebruikt worden voor het beheren en organiseren van documenten en informatieobjecten, zoals beheerinformatie, gebruiksrechten en autorisaties.
Administratieve organisatie (ao): De structuur en processen binnen een organisatie die verantwoordelijk zijn voor administratieve taken.
Activiteit: Een specifieke taak of handeling die binnen een bedrijfsproces of project wordt uitgevoerd.
Afhandeltijd: De tijd die nodig is om een specifieke taak of verzoek te voltooien.
Analoog archiveringsproces: Het proces van archiveren van fysieke documenten, zoals het opslaan van papieren rapporten, contracten en handleidingen.
Applicatie: Een softwareprogramma of -systeem dat specifieke functies of taken binnen een organisatie uitvoert.
Applicatiearchitectuur: De structuur en organisatie van een applicatie, inclusief de componenten, hun interacties en de gebruikte technologieën.
Applicatiebeheer: Het proces van het onderhouden, beheren en ondersteunen van applicaties gedurende hun levenscyclus.
Applicatiebeheerder: De persoon of het team dat verantwoordelijk is voor het beheren en onderhouden van applicaties binnen een organisatie.
Archiefbescheiden: Documenten en informatie die moeten worden bewaard als onderdeel van het archiefbeheer, inclusief officiële rapporten, contracten en administratieve dossiers.
Applicatieframework: Een gestructureerde omgeving waarin applicaties worden ontwikkeld en beheerd, vaak met herbruikbare componenten en standaardmethoden.
Applicatiemanagement: Het geheel van processen en activiteiten die nodig zijn om applicaties effectief te beheren en ondersteunen binnen een organisatie.
Applicatieonderhoud: Het proces van het doorvoeren van updates, bugfixes en verbeteringen aan een applicatie na de initiële ontwikkeling en implementatie.
Applicatieontwikkelaar: Een professional die verantwoordelijk is voor het ontwerpen, coderen, testen en onderhouden van softwareapplicaties.
Applicatieontwikkeling: Het proces van het creëren van softwareapplicaties, van het verzamelen van eisen en het ontwerpen van de architectuur tot het coderen, testen en implementeren van de applicatie.
Applicatieportfolio: De verzameling van alle applicaties die een organisatie gebruikt of beheert, inclusief informatie over hun functies, status en strategische waarde.
Archief: Een georganiseerde verzameling van documenten en gegevens die bewaard worden voor toekomstig gebruik, referentie of naleving van wet- en regelgeving.
Archieflocatie: De fysieke of digitale plaats waar archiefdocumenten worden opgeslagen en beheerd.
Archiefmanagement: Het beheer van archieven, inclusief het vastleggen, organiseren, bewaren en raadplegen van documenten en gegevens.
Archiefruimte: De fysieke ruimte waarin archiefdocumenten worden opgeslagen, zoals archiefkasten of archiefruimtes.
Archiefsysteem: Een systeem of softwaretoepassing dat gebruikt wordt om archiefdocumenten te beheren, inclusief functies voor opslag, indexering, zoeken en raadplegen van documenten.
Archiefvernietiging: Het proces van het definitief verwijderen of vernietigen van archiefdocumenten die niet langer nodig zijn, volgens vastgestelde bewaartermijnen en wettelijke vereisten.
Archiveringsproces: Het proces van het systematisch vastleggen, organiseren en bewaren van documenten en gegevens, zowel analoog als digitaal.
Archiveringssysteem: Een geautomatiseerd systeem dat wordt gebruikt om documenten en gegevens te archiveren, inclusief functies voor opslag, beheer, en toegang tot archiefmateriaal.
Archiefwet 2009: De Nederlandse wet die regels stelt voor het archiefbeheer van overheidsinstellingen, inclusief bewaarplicht, toegankelijkheid en beheer van archiefdocumenten.
Archiver: Een persoon of systeem dat verantwoordelijk is voor het archiveren van documenten en gegevens binnen een organisatie.
Archiveren: Het proces van het bewaren en organiseren van documenten en gegevens voor toekomstig gebruik, referentie of naleving van regelgeving.
ASL2 (Application Services Library): Een framework voor het beheer van applicaties binnen een organisatie, gericht op
het beheren van processen zoals ontwikkeling, onderhoud en ondersteuning van softwareapplicaties.
Assembler: Een programma dat assemblercode omzet naar machinecode, of een programmeertaal die dicht bij de machine-instructies ligt.
Attribuut: Een kenmerk of eigenschap van een entiteit binnen een database of informatieobject.
Authenticatie: Het proces van het verifiëren van de identiteit van een gebruiker, systeem of applicatie voordat toegang wordt verleend tot informatie of systemen.
Autorisatie: Het proces van het toewijzen van toegangsrechten aan geauthenticeerde gebruikers, zodat zij bepaalde acties kunnen uitvoeren of toegang hebben tot specifieke gegevens.
Autorisatieaanvraag: Een verzoek van een gebruiker om bepaalde toegangsrechten of permissies binnen een systeem of applicatie.
Basisregistratie: De fundamentele gegevens die nodig zijn voor het functioneren van bedrijfsprocessen, zoals klantgegevens, productinformatie en financiële gegevens.
Bedreiging: Een potentiële oorzaak van een ongewenst incident dat kan leiden tot schade aan informatie of systemen.
Bedrijfsactiviteit: Een specifieke taak of reeks taken die worden uitgevoerd binnen een organisatie om haar doelstellingen te bereiken.
Bedrijfsapplicatie: Softwareapplicaties die worden gebruikt om bedrijfsprocessen te ondersteunen en te automatiseren, zoals ERP-systemen, CRM-systemen en boekhoudsoftware.
Bedrijfsbesturing: Het proces van het sturen en controleren van bedrijfsactiviteiten om de doelstellingen van de organisatie te bereiken.
Bedrijfsproces: Een reeks samenhangende activiteiten of taken die binnen een organisatie worden uitgevoerd om een specifiek doel te bereiken.
Bedrijfsvoering: Het totale beheer en de operationele activiteiten van een organisatie, inclusief alle bedrijfsprocessen en -activiteiten die bijdragen aan het behalen van de organisatiedoelstellingen.
Beheermodel: Een gestructureerde aanpak of framework voor het beheren van IT-diensten, applicaties of informatie, zoals ITIL, COBIT of ASL2.
Beheerproces: De georganiseerde reeks stappen en activiteiten die nodig zijn om een bepaald aspect van IT of bedrijfsvoering te beheren, zoals incidentbeheer, change management of applicatiebeheer.
Beheersverantwoordelijkheid: De toewijzing van verantwoordelijkheden voor het beheren van specifieke aspecten van IT of bedrijfsvoering aan individuen of teams binnen een organisatie.
Beheersvorm: De methoden en strategieën die worden gebruikt om beheerprocessen uit te voeren, zoals preventieve, detectieve, correctieve of repressieve maatregelen.
Beheren: Het proces van het organiseren, controleren en onderhouden van IT-systemen, applicaties of bedrijfsprocessen om ervoor te zorgen dat ze effectief en efficiënt functioneren.
Beleid: De richtlijnen en regels die door een organisatie zijn vastgesteld om bepaalde doelen te bereiken of om bepaalde procedures te volgen.