Het doel van Change enablement is om het aantal succesvolle service- en productaanpassingen te maximaliseren, door ervoor te zorgen dat risico’s goed zijn beoordeeld, changes te autoriseren en het wijzigingsplan te managen.
Change enablement richt zich meestal op producten en services. Het omvat alle IT-infrastructuur, applicaties, documentatie, processen, relaties en leveranciers.
Change: Het toevoegen, aanpassen of verwijderen van iets dat een direct of indirect effect op services kan hebben.
Change enablement brengt evenwicht tussen de noodzaak om changes aan te brengen en gebruikers en klanten te beschermen tegen diezelfde changes. Change enablement beoordeelt de betrokken risico’s en verwachte voordelen en vereist autorisatie door een wijzigingsautoriteit.
3 soorten changes:
- Standaardchanges: Vooraf geautoriseerde changes met een laag risico, die volledig gedocumenteerd zijn en zonder aanvullende autorisatie of risico-assessment geïmplementeerd kunnen worden.
- Normale changes: Changes die het reguliere proces van planning, beoordeling en autorisatie volgen, geïnitieerd door een change request.
- Emergency changes: Changes die zo snel mogelijk moeten worden geïmplementeerd. Zover mogelijk onderworpen aan dezelfde tests, beoordelingen en autorisatie als normale changes. Hebben voorang op de normale planning.
Wijzigingsmodel: herhaalbare benadering voor het managen van een bepaald type change.
Request for change: gebruikt om changes aan te vragen en te beschrijven.