π Hoofdstuk 25.2: Geavanceerd Shell Scripten
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π£οΈ echo
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ Gebruik `echo` om tekst of variabelen weer te geven in de terminal.
Voorbeelden:
echo "Hallo Wereld"
echo $HOME
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π¦ Variabelen
ββββββββββββββββββββββββββββββ
πΉ Omgevingsvariabelen (Environment Variables)
β’ Bevatten systeemspecifieke informatie, zoals:
$HOME, $USER, $PATH
β’ Bekijk met `set`
β’ Gebruik via $VARIABELENAAM
Voorbeeld: echo $HOME
πΉ Gebruikersvariabelen (User Variables)
β’ Lokale variabelen zijn alleen beschikbaar binnen het script.
Aanmaken met:
var1=10
β’ Globale variabelen worden in de hoofd-shell gedefinieerd en zijn beschikbaar in sub-processen.
ββββββββββββββββββββββββββββββ
π§Ύ Command-line arguments
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ Bij het starten van een script kun je argumenten meegeven.
Deze zijn beschikbaar als: $1, $2, $3, enz.
Voorbeeld:
ββββββββββββ
./myscript.sh test1 test2
In het script:
echo $1 # Output: test1
echo $2 # Output: test2
ββββββββββββ
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β
Exit-status
ββββββββββββββββββββββββββββββ
β’ Elke shell script eindigt met een exit-status.
β’ `$?` bevat de exit-code van het laatst uitgevoerde commando.
β’ `exit 0` betekent: succesvol uitgevoerd.
β’ `exit 1` (of hoger) duidt op een fout.
Voorbeeld:
ββββββββββββ
if [ -z "$1" ]; then
echo "Ge